De leerdoelen van het tweede halfjaar

Begrijpend lezen

  • Alinea aanwijzen in een tekst.
  • Ik weet wat ik moet doen als ik een zin lees die ik niet begrijp. Zoals bijvoorbeeld de zin nog een keer lezen..
  • Ik herken verschillen tussen soorten teksten.
  • Ik vertel wat leestekens betekenen. Zoals bijvoorbeeld een komma, dubbele punt, aanhalingstekens en puntjes.
  • Ik herken de opbouw van een verhaal (inleiding, kern en slot). Dat leer ik bij lezen, maar ook als ik luister naar een verhaal.
  • Ik maak een schema of woordweb met de inhoud van een tekst.
  • Ik herken signaalwoorden (zoals 'eerst', 'dan', 'omdat', 'dus') en leg uit wat er met die woorden bedoeld wordt. Dat leer ik bij lezen, maar ook als ik luister naar een verhaal.
  • Ik luister naar verschillende soorten teksten en vertel over wat ik heb gehoord.
  • Ik herken het als het doel van een tekst is om een mening weer te geven (als ik lees, maar ook als ik luister).

Spelling

  • Ik schrijf het eerste woord van een zin en namen met een hoofdletter. Zoals bijvoorbeeld Joep.
  • Ik schrijf woorden met je, pje of etje op het einde, zoals vriendje, schuimpje en rolletje.
  • Ik schrijf moeilijke samengestelde woorden. Dat zijn woorden die uit twee woorden bestaan, zoals fietstocht en valstrik.
  • Ik schrijf woorden met ei, ij, ou, au, g en ch. Zoals bijvoorbeeld paleis, vijver, klauwen, kabouter, gejuich en ogen.
  • Ik schrijf woorden die van een f in een v kunnen veranderen, of van een s in een z. Zoals bijvoorbeeld brief/brieven en muis/muizen.
  • Ik schrijf woorden met em, elen, enen, eren, lijk of ig op het einde, zoals stiekem, kinderen, lelijk, eerlijk en stevig.
  • Ik schrijf een punt, vraagteken of uitroepteken aan het eind van een zin.

Spelling

  • Ik schrijf het eerste woord van een zin en namen met een hoofdletter. Zoals bijvoorbeeld Joep.
  • Ik schrijf woorden met je, pje of etje op het einde, zoals vriendje, schuimpje en rolletje.
  • Ik schrijf moeilijke samengestelde woorden. Dat zijn woorden die uit twee woorden bestaan, zoals fietstocht en valstrik.
  • Ik schrijf woorden met ei, ij, ou, au, g en ch. Zoals bijvoorbeeld paleis, vijver, klauwen, kabouter, gejuich en ogen.
  • Ik schrijf woorden die van een f in een v kunnen veranderen, of van een s in een z. Zoals bijvoorbeeld brief/brieven en muis/muizen.
  • Ik schrijf woorden met em, elen, enen, eren, lijk of ig op het einde, zoals stiekem, kinderen, lelijk, eerlijk en stevig.
  • Ik schrijf een punt, vraagteken of uitroepteken aan het eind van een zin.

Technisch lezen

Ik lees op AVI-E5 niveau. Dat betekent dat:

  • Ik zinnen met ongeveer elf woorden mooi op toon lees.
  • Ik woorden lees die anders uitgesproken moeten worden dan normaal. Bijvoorbeeld als ik:
    ch moet uitspreken als sj (douche)
    ge moet uitspreken als zje (garage)
    eau moet uitspreken als oo (cadeau)
  • Ik woorden lees met isch op het einde. Zoals bijvoorbeeld historisch.
Wilt u meer informatie? Heeft u vragen?